Loslaten

Vanaf nu bestaat mijn leven uit drie tijdperken: ons leven zoals het was voor Mona ziek werd, de twee jaar durende behandeling en alles vanaf het moment waarop ze genezen is verklaard. Nu dus. Hoe ik mij tot dat derde tijdperk moet verhouden, is nog zoeken. Uiteraard ben ik gelukkig, dat behoeft geen verdere toelichting. Maar ik zou het toch ook breekbaar, onzeker, wankel en twijfelend durven noemen.
Regelmaat en structuur geven – hoe verstikkend soms ook –  een bepaalde zekerheid. Het vaste stramien, de vele regels en beperkingen, ik heb ze vervloekt. Maar ergens creëerden ze ook een gevoel van veiligheid. De idee dat als ik me maar hard genoeg aan die regels vastklampte, alles wel goed zou komen.

Nu – moet – ik – loslaten. Mag ik loslaten maar vooral moet ik loslaten. Want het is niet evident. Ik gun Mona alles: van zwemmen tot chocolademousse met rauwe eieren eten, tot ravotten in de zandbak en met pikzwarte voetzolen en groezelige handen thuiskomen, het snoepje bij de bakker uit een schaaltje waar tientallen microbenvingertjes in ronddwaalden op zoek naar het lekkerste exemplaar. Ik gun het haar zo! En ik gééf het haar.

Maar het vraagt discipline van een heel andere orde. Het soort waarbij je jezelf dwingt driemaal op je tong te bijten en je woorden in te slikken.  Het soort waarbij je je ogen sluit en dan steun vragend omhoog kijkt in het duister, alsof er van daaruit ergens een antwoord moet komen. Het soort waarbij je je handen tot vuisten balt (onopvallend uiteraard) en je je nagels heel hard in je handpalmen drukt, zo hard dat er vier witte halve maantjes achterblijven op je huid.

Het aanboren van die poel van basisvertrouwen die vroeger – in het eerste tijdperk – ruim gevuld was, blijkt een veel moeilijkere opgave nu. Ik moet er dieper voor wroeten, wortels blootleggen die nog broos zijn en het daglicht schuwen.

Maar er zijn alvast twee lichtpuntjes. Ze heten Mona en Beau. Ze stralen zo’n intens vertrouwen uit, het onvoorwaardelijke geloof in de toekomst. Mona’s nieuwste ritueel als ze oma Ingrid ziet (mijn mama), is naast haar gaan staan, rug tegen rug, en vaststellen dat ze bijna even groot zijn. Ze is er nog niet uit of het oma is die krimpt of zijzelf die groeit of misschien wel allebei. Maar wat vaststaat is dat er een evolutie is. Dat de dingen vooruitgaan en veranderen.

Dat is het mooiste geschenk in dit derde tijdperk: we staan niet langer stil. Er is terug ruimte voor evolutie en groei. Uit de barsten in ons leven ontkiemt de hoop, een oneliner waarmee ik vaak mijn dichtbundel In de marge signeer. Nu is de tijd aangebroken om die hoop ten volle water en voeding te geven. Laat haar maar groeien en bloeien tot een prachtige bloem!

2 Reactie's
  • Jan Vandenabeele
    Geplaatst op 08:15h, 05 oktober Beantwoorden

    Ik heb je relaas in één ruk gelezen . Het geeft volledig weer wat wij als ouders met veel begrip maar ook tristesse hebben gevoeld.

    Wat primeert was de liefde voor het behoud met als hoop het resultaat : de genezing van Mona.

    Je bent geslaagd met grote onderscheiding maar je hebt ook de prijs voor uitmuntendheid nl. een sterk gevormd karakter bij Mona .

    Voor dit alles heb je nu een mooie beloning mogen ontvangen.

    Koester nu je kindjes maar in een zee van vrijheid waarin ze over de golven van het leven heen getilt worden .. .

  • Ingrid Iserentant
    Geplaatst op 08:50h, 05 oktober Beantwoorden

    Wat een mooie weerspiegeling van al die tegenstrijdige, maar begrijpbare gevoelens.
    Dat loslaten blijft een moeilijk gegeven, dat ondervinden de meeste ouders later wel bij opgroeiende kinderen.
    Alleen is het bij jou wat eerder gekomen door de omstandigheden nu.
    Ze doet het zo goed, jullie lieve dochtertje, en ze kan gerust zijn: ze groeit me zeker boven het hoofd(niet zo moeilijk trouwens)

Geef een reactie