Rijp

In de vroege uurtjes van deze ochtend – een uitgelezen tijdstip zo blijkt maar weer om invallen voor mijn blog te krijgen – besefte ik dat er een verhaal is dat ik al heel lang uitstel om neer te pennen. Al is deze bewering niet helemaal correct, ik ben er eigenlijk al lange tijd mee bezig maar dan in de vorm van een dagboek. Een dagboek dat start op 18 augustus 2016. De dag dat ons leven voorgoed werd opgesplitst in voor en na het L-woord.

Op dat moment – die eerste dag – was het mijn laatste houvast. Een papieren strohalm. Ik zie mezelf nog op het zetelbed in het ziekenhuis zitten, met het oplichtend scherm van mijn iPhone voor mijn gezicht. De kamer verduisterd, de gloed van de straatlichten die onder de gordijnen door sijpelde. Naast me het verhoogde bed waarin Mona onrustig sliep, nog niet gewoon aan het piepen van de monitors en de kabel die uit haar dunne armpje liep. Het voelde zo onwerkelijk. Ik had maar één gedachte op dat moment en die wilde ik in woorden vastleggen. En spontaan werden die woorden enkele zinnen. En de volgende dag opnieuw. En opnieuw. Dag voor dag, bijna één jaar lang, heb ik elke dag geschreven. Soms maar enkele woorden. Eén gedachte, een ingeving, iets wat blijven hangen was van de dag. Of een frustratie die eruit moest, tranen die ik niet kon plengen, die in woorden op papier vloeiden.

Na dat jaar ben ik blijven schrijven aan mijn dagboek. Vaak met langere tussenpozen, wanneer de nood daar was. Ik denk dat het vooral tijdens die eerste periode een soort houvast was. Een manier om vat te krijgen op het onvatbare, alsof ik er door het te beschrijven toch enigszins controle over had. En dan bedoel ik niet alleen controle over mijn gevoelens maar evenzeer over wat er allemaal gebeurde. Het was een van de andere ouders die me er één van de eerste dagen in het ziekenhuis op aansprak. Iemand die al veel verder in het proces stond en die vertelde dat zij zich zelfs niet meer kon herinneren wat er allemaal op haar afkwam in het prille begin. En dat ze wilde dat ze dat ergens had opgeschreven. Ik heb haar nooit gevraagd waarom, ik begreep meteen wat ze bedoelde.
Ook al voelde dat dagelijkse schrijven soms als een opgave, het was gewoon iets wat ik moest doen. Ik kon niet anders. Ik was het aan mezelf en aan Mona verplicht. Want ooit, zo dacht ik, ooit zouden mijn woorden van nut zijn. Voor haar, voor mezelf of voor lotgenoten. Ooit zou ik met dit dagboek iets doen. Als de tijd er rijp voor was.

Intussen schrijf ik er nog steeds in. Al mijn blogteksten vloeien voort uit dit dagboek. Stilaan groeit het besef dat wat ik er nu in schrijf helemaal niet los staat van de reden waarom ik toen, die dag, beginnen schrijven ben. Dus het is zeker niet misplaatst om hier verder te schrijven. Wat moeilijker ligt, is om terug te bladeren. Helemaal terug naar die eerste pagina, die eerste paar woorden, die zinnen werden. Die een verhaal werden. Een heel lastig en lijvig verhaal. Een verhaal waar ondanks alles ook hoop uitspreekt – dat weet ik, want ik herinner me ook dat het schrijven me soms de nodige moed gaf om door te zetten.
Maar tot op vandaag kan ik het nog altijd niet, terugkeren naar het begin. Ik heb het één keer geprobeerd. Het stukje dat ik op 18 augustus 2016 neerpende herlezen, voelde als een gemene vuistslag in mijn maag. De woorden gonsden van herkenning en tegelijk voelde het ongelooflijk vervreemdend. Alsof iemand anders ze daar in mijn plaats had neergeplant, plompverloren, want zo voelde ik mij op dat moment.
De tranen die ik nog altijd ergens goed verborgen houd – zo goed dat ik ze vaak zelf niet weet te vinden – prikten achter mijn ogen. Dat was het moment waarop ik wist dat de tijd er nog niet rijp voor was om dit verhaal te schrijven. Het is nog te vers, het maakt nog te veel deel uit van ons leven.

Ik hoop dat ik er op een dag de moed voor kan opbrengen om ook dat stuk van ons verhaal met anderen te delen. Want net in alle onmacht hebben we onze diepste kracht leren vinden en onder het verdriet hebben we verborgen vreugde ontdekt. Het genieten van de kleine dingen die alles de moeite waard maken. Ik hoop dat ik er ooit in slaag om het verhaal van het L-woord te lezen vanuit die kracht en dat ik er dan de waardevolle inhoud uit kan destilleren. Tot die dag zal ik alles zorgvuldig bewaren. Als een fles rode wijn, die ik af en toe eens omdraai en tegen het licht houd om te laten rijpen. Als Mona oud genoeg is om hem te proeven, wil ik dat hij volmaakt is.

3 Reactie's
  • Ingrid Iserentant
    Geplaatst op 08:39h, 23 november Beantwoorden

    Die tijd komt er zeker! Na alles wat jullie doorstonden blijkt dat moed en sterkte je niet ontbreken. En ja …het zal misschien wel confronterend zijn,maar ook louterend. En inderdaad,het zal voor velen die hetzelfde meemaken een leidraad kunnen worden en voor Mona een kijk op de onvoorwaardelijke liefde van jullie voor haar(en haar broer).Weerom fantastisch hoe mooi je dit allemaal kan neerpennen. 👌💞

  • Debbie Dewitte
    Geplaatst op 08:48h, 26 november Beantwoorden

    Bedankt Elfie om deze woorden met ons te delen.. Heel veel emoties herken ik zélf in mijn levensverhaal en naast eindeloos respect voor jou als een oerkrachtige vrouw, put ik ook veel moed uit jouw teksten’
    Merci xx

    • Elfi Vandenabeele
      Geplaatst op 19:30h, 27 november Beantwoorden

      Dankjewel Debbie voor je mooie woorden! Ik ben blij dat ik op die manier iets voor anderen kan betekenen.Liefs X

Geef een reactie